Studentenalmanak 1900 - pagina 201
197
Die klankstem óók weg was, vèr over zee:
Ze zei niet: ja, ze zei niet: nee.
Een koeltje kwam. Toen begon de ronde
Lindekruin te leven, zoowaar, en je kon de
Blaadjes babbelen hooren en fluistren.
En je kon ze zien luistren.
W a n t het windje had ze elk een tong gegeven:
„Wel heb 'k van m'n leven"
Zoo lachten ze joelend.
Het paartje beneden verkoelend,
„Wel, zag je dat blosje, lieve zus?
W e l hoorde je die muziek, daar beneden?
W a t zou het wel zijn ?" En ze mischten: „O, heden!
't Is een kus, 'tis een kus, 'tis hun eerste kus!"
Z.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Studentenalmanak | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Studentenalmanak | 238 Pagina's