Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1900 - pagina 196

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1900 - pagina 196

2 minuten leestijd

ig2

anderen en kan ternauwernood aan aller behoeften en wen-

schen voldoen.

Maar evenals een donderslag aan een onbewolkten hemel,

zoo vertoont zich het krijgshaftig gezicht en de forsche

gestalte van Mars aan het vroolijk, juichend goden-comité.

Verwondering, gramschap en toorn schieten uit zijne nijdige

blikken. Ook hier acht men hem dus niet: nauwelijks ver-

dwenen, voegen die goden daar zich bij elkaar om feest te

vieren en zich te verliezen in ijdele werkeloosheid en met

hem rekenen ze niet. Ook hier dat kalme, vredige, rustige,

dat zijne nieren prikkelt en het krijgsvuur in zijn boezem

doet ontbranden. Nu doorziet hij alles; Mars is vertreden

en verschopt.

Terwijl de overige goden hunne verschrikking zoo goed

mogelijk trachten te verbergen, komt Irene, door haar

vrouwelijk vernuft gedreven, bevallig en aanminnig, hoe-

wel ietwat schuchter, tot den zuurzienden vijand. Mars

slaat een onverschillig-verachtenden blik op haar, maar

verbaast zich toch eenigszins over hare liefkozingen en

vriendelijk-vleiende woorden, want zij beiden waren immers

de grootste tegenstanders. Maar Irene gaat voort, neemt

al hare lieftalligheden te hulp, om Mars wat beter te steu-

nen en met een innemend glimlachje verlokt ze hem

eindelijk en leunend op zijn stevigen arm brengt zij hem,

nieuwsgierig-onverschillig, bij vader Zeus.

Door dezen handigen kunstgreep is de schrik en angst

der anderen ietwat getemperd; zij gevoelen reeds eenigen

spijt, dat zij die liefelij k-lokkende Irene zoo menigmaal

geminacht hebben en verheugen zich nog des te meer in

hun pas genomen besluit.

En Zeus rijst op voor den krijgsgod, zooals hij daar

staat naast de gracieuse verschijning, Irene, en spreekt tot

hem met losse tong:

„Gij, Mars, waart eene wijl van ons verwijderd; uw af

I

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Studentenalmanak | 238 Pagina's

Studentenalmanak 1900 - pagina 196

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Studentenalmanak | 238 Pagina's