Studentenalmanak 1900 - pagina 138
134
loopen over de gevallenen; ze trappen op lijken; ze
bezoedelen en besmeren elkaar; ze weten maar één ding:
dat ze vooruit moeten; hun oogen, in den beginne nog
helder, zijn van 't staren troebel geworden en glinsteren
van koorts.
Voort gaan ze; en als ze 't einde naderen, dan zijn ze
schimmen van wat ze waren; bleek, gehavend, bevlekt
met schande-bloed, zonder verwanten, zonder naam, zonder
eer, zonder ideaal, zonder liefde.
Maar, ze hebben dan geld.
Koud geld, waarin ze woelen kunnen met bevende
handen.
Ze kunnen dan toch zich koesteren in de stralen van een
metalen zon, stralen, die verkillen en tot ijs doen worden
al wat er leeft in menschenborst aan warmte en gevoel.
Ze hebben dan toch een scepter, dien ze zwaaien mogen,
maar die ook hen zehen houdt in een knechtschap van
slaven.
Ze hebben een macht, die onderwerping is.
't I s ^\eelde, om het €ero ooilogspaaid
T e stieren met den eigen vasten wil
Maar wee den man, die 7onder ruiterkunst
D e n trotschen hengst regeeren / a l , liij heerscht
T o t d a t het ros, bewust van d' eigen kracht.
H e m afwerpt en zijn hoofd te pletter trapt.
Bezig heeft hij gezien die geldjagers, en hij heeft van
hun doen gewalgd.
Maar toch, hij weet zich in hunne netten gevangen-
De goud-mannen zijn tot hem gekomen en hebben ge-
roepen : „oorlog!"
Zijn geweten heeft geschreid om den vrede.
Maar om hem heen schreeuwden ze, telkens weer en
telkens luider: „oorlogI"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Studentenalmanak | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Studentenalmanak | 238 Pagina's