Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1900 - pagina 181

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1900 - pagina 181

2 minuten leestijd

177

ven," in zijn verder leven hem bijgebleven, den doorslag

gaf. Jan Pette, met zijn door de zon gebruind bolrond

gelaat, heeft de drie kruisjes pas achter den rug. Oorspron-

kelijk uit den kleinen boerenstand heeft hij zich door zijn

ijver en gezond verstand en, last not least, door zijn huwelijk

met de weduwe van zijn baas, tot een van de notabelen

van Springdam weten op te werken. Dat snelle opklimmen

op den maatschappelijken ladder heeft hem echter een beetje

zelfbewustheid gegeven : toch is hij er een, die wat voor

„'t goeie doel" overheeft. Uit de geheele wijze waarop hij

met zijn stompje potlood op het voor hem liggend velletje

papier reeds zijn kladnotulen begint te maken en met zijn

levendige bruine oogen de vergaderden monstert en telt,

kan men duidelijk zien, dat hij weet wat hij waard is.

Omdat hij er nog al goed bij zat en lichter een beetje

kon voorschieten dan eenig ander, heeft men den ouden

baas Teeuwissen het penningmeesterschap opgedragen. „Je

kunt een stuiver moar éénmoal uitgeven" is de zinspreuk

van h e t perkamenten mannetje, met zijn gebogen rug en

kleine grijze oogjes. Sommige booze lastertongen beweren

wel, dat hij een beetje al te veel aan den zuinigen kant

is, maar Jan Klomp „die zooveul as dioaken is," durft, de

ongeloovigste glimlachjes trotseerend, staande houden „dat

ie eiges het gevuuld en gebeurd, dat Teeuwissen met Olde-

joarsoavond een heelen rieksdoalder in "t zekske het loaten

glieren. Wablief? is da krenterigheid?"

Recht tegenover Jan Pette, aan de andere zijde der tafel,

doch iets verder daarvan verwijderd, zit met de ellebogen

steunend op de knieën en blazend dikke rookwolken over

't vlak der tafel, die strijkend over de paperassen van den

secretaris, door diens bovenlijf in hun vaart gestuit, dezen

voor de vergadering haast onzichtbaar maken, Willem Haan,

in de wandeling „de neie boer" genaamd. Jan Pette heeft

een „kwoaie" aan hem gehad met de stemming. Jong,

12

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Studentenalmanak | 238 Pagina's

Studentenalmanak 1900 - pagina 181

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Studentenalmanak | 238 Pagina's