Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1901 - pagina 149

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1901 - pagina 149

2 minuten leestijd

145

boerderij oploopend, daar een arbeidershuisje binnengaand,

verkoopend zijn waar, tot de mand licht wordt en de

avond reeds valt.

Zie, nu verlaat hij den straatweg en slaat een zijpad in,

en voort, steeds voort gaat het, nu links dan rechts, laantjes

door en paadjes langs, met een blijden glimlach om de

lippen („morgen is 't Zundag"), duwend den piependen wagen,

vriendelijk groetend de mannen, die in 't Zondagsch pak

met witgeschuurde klompen, de handen in de zakken, 't pijpje

in den mond, reeds Zaterdagavond houden. Hartelijk klinkt

hun wedergroet, „went ze houen van dieën ouwen goeien

Kobus." Maar als dan de kinderen, aan den kant van den

weg, hun spel een oogenblik stakend, hem vroolijk tegemoet

huppelen, hem blijde toeknikken en lustig snappend een

eindje met hem mee loopen, dan straalt zijn gelaat van

innig genot. Hij heeft ze lief, die kleinen, die blozende

kinderen der heide.

Zoo trekt een koning het land door, geëerd en geliefd

door zijn onderdanen.

Een half uur buiten de kom van 't dorp staat zijn nede-

rige woning-. De roode pannen van't dak trekken reeds van

verre de aandacht, terwijl het eene raam naast de deur,

met zijn flesschen kogeltjesblauw en nootmuskaat u vertelt

dat de bewoner van dit huisje in kruidenierswaren doet,

terwijl het andere raatn daarnaast hem als een bloemenlief-

hebber aan u voorstelt.

Moe en afgemat van zijn langen tocht komt Kobus „z'n

erf" opsukkelen. Hij het een goeien dag g-ehad en doar

is ie dankboar veur, moa'r die voet, die voet, die is 'm toch

moar wat lastig.

Na zijn kruiwagen achter 't huis onder een afdakje g'e-

borgen te hebben, opent hij, de ledige mand aan den

arm, de deur en roept, 't schorre gelui der winkelbel over-

schreeuwend „blief moar, ik bin 't."

lO

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Studentenalmanak | 254 Pagina's

Studentenalmanak 1901 - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Studentenalmanak | 254 Pagina's