Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1901 - pagina 186

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1901 - pagina 186

2 minuten leestijd

i84

heen,, verheugd hun Vorstin gezien te hebben, blijde haar

gegeven te hebben een blijk van liefde voor 't Oranjehuis.

Maar droevig was de terugreis voor Jawek en zijn

Pleuntje. Toen zij van U r k vertrokken, was zij zeeziek

geweest, en nu lag ze kreunend in haar kooi. Ze was uit-

gegaan naar de Vlootrevue, de jeugdige Koningin willende

zien, maar ze had het niet kunnen doen. Hij ontevreden

over het ongeluk, zijne vrouw overkomen.

Zoo kwamen ze op het eiland terug en Jawek moest

zijne vrouw van het schip naar huis dragen ; loopen kon zij

nog niet.

's Zondagsavonds kwamen de buurvrouwen eens naar haar

'zien,' nieuwsgierig te hooren, hoe haar de reis bevallen was.

Maar inplaats van blijdschapsuitingen, hoorden ze niets dan

klachten. „Och mins, schei eut, eerst was ik misselijk: ik

docht dat ik dood ging, zoo roar was ik. Moar we kwam-

men levendig in Amsterdam. Moar, lieve mins, wat een

drokte, je kunen op de eigen bienen niet loopen. Nou, die

roare biesten i) in die teun ^) wassen wel mooi, moar je

êwen van die apen, die adden een luchien ^) bij er. 't

Plesier verging je van de stank. En die dooie minsen van

dat witte gerei, wassen ok zoo mooi; maar plesier ad ik

niet, 'k was niks op me'n gemak. Toen bin ik noar IJmuiën

égoan, moar mins, mins, wat een drokte ad ik doar mie.

Eerst ad ik een verkeerd koartjen ékoft *), en toen most

ik loater zoovuul boete betoalen, dat 't'm'n aan m'n arte

ging, van die kostelijke einten. Al mijn lol was er of. Toen

noar de „revue". Moar doar êw ik zoo wat niks van ézien.

Eerst mos ik de kiengeren anklieën •''), toen mijn eiges

selvers, en toen ik wou kieken, êw ik me'n bien verstuukt^).

'k Voel 't nog. 't Ding zoo zaar. ^). De eele Keuninginne

') Beesten. ') Tuin. ') Luchtje. *) Gekocht. =) Aanldeeden. ") Ver-

stuikt. ') 't Deed zoo'n zeer !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Studentenalmanak | 254 Pagina's

Studentenalmanak 1901 - pagina 186

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Studentenalmanak | 254 Pagina's