Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1901 - pagina 185

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1901 - pagina 185

2 minuten leestijd

i83

Uitgestrekte halzen, ver over boord, uitziende naar haar

komst. Zoo ook Pleuntje. Haar ongeduld niet langer kun-

nend bedwingen, zoo lang en zoo ver mogelijk de Ko-

ningin willende zien, is ze bij de roerpen op 't achterboord

geklommen. Zij verheft zich op haar teenen, vèr heen sta-

rend naar de naderende Koningin. Reeds ziet-zij eene witte

gestalte; dat moet Zij zijn; nog verder zich uitrekkend,

niettegenstaande de waarschuwende woorden van Jawek:

„Dink er omme, Pleun, aanstoens i) rol je beuten boord en

kree je een nat gat."

Nauwelijks had hij deze welmeenende woorden gesproken

of haar voet gleed uit en zij v i e l . . . . gelukkig binnen boord.

Jawek's kernachtige profetie was beschaamd.

Jammerend en schreeuwend, wilde zij zich oprichten;

maar ze kon niet; haar voet verstuikt. Jawek, innerlijk kwaad,

maar toch medelijden met haar hebbend, draagt haar op

zijne sterke armen in het „veronder" en legt haar in de

kooi. Alles spant hij in om haar pijn te verzachten en na

een kwartiertje is ze in zooverre bedaard en tot kalmte

gekomen, dat ze zegt: „Jawek goon jie moar eris boven

kieken noar de Keuninginne, ik zal hier wel bleven."

Toen Jawek weer boven kwam was Hare Majesteit reeds

voorbij; hij noch zijne vrouw hadden haar mogen zien.

Daar dreunde het kanonschot, teeken van „zeilenhijschen."

In een oogwenk waren de witte en bruine zeilen geheschen,

en voortgestuwd door den krachtigen wind bruisten zij voort,

de botters.

Heerlijk gezicht, al die honderden vaartuigen, door elkaar

heen schietend, naast elkaar voortzeilend, alle richtingen uit,

ieder naar huis. Het waren zeemeeuwen, die met snellen

wiekslag in groote zwermen opzochten hun rustplaats. Overal

weerklonk het plechtige Wilhelmus. En de visschers gingen

') Aanstonds.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Studentenalmanak | 254 Pagina's

Studentenalmanak 1901 - pagina 185

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Studentenalmanak | 254 Pagina's