Studentenalmanak 1901 - pagina 142
138
leiden door de macht, door de niet te weerhouden drijf-
kracht der muziek uit haar lage alledaagsche leven van
kleine beslommeringen van vluchtig genot en koude onver-
schilligheid voor wat het oog niet ziet en de hand niet tast,
naar de verre reine regionen van aesthetisch het ongeziene
te voelen en door dat, boven dat aesthetisch voelen uit,
naar een innigen, religieusen eerbied, naar een innerlijken
drang tot aanbidding van den Ongeziene, van den driewerf
heiligen God. De toon van den zang verandert nu weer,
de zwaarmoedigste instrumenten nemen de leidende stem
over, de cymbalen zwijgen, en thans weerklinkt klagelijk,
zielsbedroefd, innig-smeekend: Salvum fac populum tuum,
Domine, et benedic tuae hereditati: o! Heere, red Uw volk
en zegen Uw erfdeel; voor den lof kwam eigen schuldbesef
en eindelijk luidde het doodsbenauwd, smartelijk treurend
over de broosheid van het zelfbestaan: Miserere nostri,
Domine, miserere nostri. Maar zóó kan het niet blijven,
zondeberouw kan het eind niet zijn, neen! maar loven en
prijzen moet het slotaccoord vormen. De stem van de hymne
werkt zich plotseling nog eenmaal op tot in de hoogste
spheren van zielsverrukking en zingt:
In Te Domine speravi, non confundar in aeternum".
Toen was de dienst afgeloopen.
A. VASTARCH.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Studentenalmanak | 254 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Studentenalmanak | 254 Pagina's