Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1904 - pagina 121

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1904 - pagina 121

2 minuten leestijd

117

art. 84. Tot het afgeven van bewijsstukken, vereischt om

aanspraak te kunnen maken op ontheffing van den werkelijken

dienst, overeenkomstig de eerste zinsnede van art. 113 der

wet, zijn uitsluitend bevoegd:

V. voor candidaten en studenten in de godgeleerdheid:

lo. bij de G-ereformeerde kerken:

de rector-magnificus van de universiteit, waar zij zich tot

het leeraarsambt voorbereiden.

art. 85. De bewijsstukken, in artikel 84 van dit besluit

vermeld, zijn ingericht overeenkomstig de bij dit besluit ge-

voegde modellen no. 18 litt. A—X.

De daarop gestelde handteekeningen worden gewaarmerkt

door den burgemeester der gemeente, waar de afgifte is

geschied.

art. 86. De aan ons te richten aanvrage om ontheffing van

den werkelijken dienst, vermeld in de eerste zinsnede van

art. 113 der wet, wordt door den dienstplichtige, die ont-

heffing wenscht te bekomen, eigenhandig onderteekend en met

het vereischte bewijsstuk ingeleverd bij den burgemeester

der gemeente binnen welke hij voor de militie is ingeschreven

en wel:

lo. in de laatste tien dagen van Januari door hem, bedoeld

in de eerste zinsnede van art. 96 onder lo. der wet en in

de laatste tien dagen van Maart door hem, bedoeld in die

zinsnede onder 2o.;

2o. door hem, die op een ander tijdstip ter inlijving bij

de militie moet worden afgeleverd, binnen tien dagen na de

dagteekening van den oproepingsbrief.

3o. door hem, die opnieuw van den werkelijken dienst

wenscht ontheven te worden, in de laatste tien dagen der

maand, op één na voorafgaande aan de maand, waarin de

duur van de verleende of laatstelijk verleende ontheffing

eindigt;

4o. door den ingelijfde bij de militie, die voor het eerst

voor ontheffing in aanmerldng wenscht te komen, zoodra hij

meent op ontheffing aanspraak te kunnen maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Studentenalmanak | 234 Pagina's

Studentenalmanak 1904 - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Studentenalmanak | 234 Pagina's