Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1904 - pagina 159

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1904 - pagina 159

2 minuten leestijd

155

werd ik het, ik zou me toch niet onder jelui kunnen men-

gen, en jelui zoudt me toch niet ontvangen."

Met inspanning ging hij overeind zitten in zijn bed. Op

zijn gelaat lag een trek van pijn en van lijden. En tevens

was er iets wilds in zijn blik.

,,Weet ge dan niet", zeide hij met gejaagde stem, „dat

ik alleen sta op de wereld? Dat dat mijn vloek is geweest

van mijn jeugd af aan ? Is er ooit iemand hier geweest, om

mij te bezoeken ? Is er iemand die weet, dat ik ziek ben ?

Is er iemand, die bij mij zou komen, als hij 'twist? Ook gij

zoudt niet gekomen zijn, als het u niet was gevraagd, al

hadt gij het geweten. Want het is mijn vloek alleen te staan,

mijn leven lang". En uit zijn oogen sprongen tranen te

voorschijn, misschien lang bedwongen, lang teruggeperst,

tranen van smart en van weedom, over zijn eenzaam leven

van zijn jeugd af aan.

We spraken niet. We konden ook niet. Hier werd een

leed geleden, ons onbekend, maar waarvan wij beiden het

diep gevoelden, dat het een aanklacht was tegen ons, tegen ons

egoïsme, tegen onze bekrompenheid, die alles voorbijging, dat

zij niet begrijpen kon en waarvan zij geen voordeel kon hebben.

Zijn stem was heesch geworden, rauw als de branding in

zijn binnenste.

„O, ik dank u, dat gij hier zijt gekomen, maar één dienst

vraag ik nog. Als ik dood zal zijn, vertelt het dan, dat ik

alleen heb gestaan, dat ik gesmacht heb naar een ziel die

mij begreep, en haar niet heb gevonden. Alleen. Zonder

vader en zonder moeder, ben ik op aarde eenzaam achter-

gelaten. Niemand, die mij liefheeft, niemand die mij zoekt,

niemand die om mij treuren zal, als ik gestorven ben."

Ik zag naar mijn vriend, die naast mij stond, want ik

voelde zijn arm beven.

Hot was een uur om nooit te vergeten, daar in die sombere

alkoof, met dien stervende. Zijn hospita, die was opgestaan,

kwam met haar lieve dochtertje naar den zieke zien. Maar

deze merkte haar niet. Hij zag recht voor zich uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Studentenalmanak | 234 Pagina's

Studentenalmanak 1904 - pagina 159

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Studentenalmanak | 234 Pagina's