Studentenalmanak 1904 - pagina 163
erfstwoud heft zijn zwarte zuilen hoog in wijde lucht;
QTV Stille strekt het smeokende armen, nu het sterven ducht;
Maar de blaadjes, die de boomen als een offerand
Biddend aan den Hemel boden, glippen uit hun hand.
Langzaam zijgen zij in zwijgen droef-mat naar beneên,
Bruine en bleeke blaren. Drijvend op den vijver heen
Of beschaamd in 't gras verscholen, droomen zij nog vooi't
Van hun bloei alsof ze een sage, oud en schoon, bekoort.
En geruischloos zweeft geheimnis door den zuilengang,
Neuriënd geluidenloozen, monotonen zang
Van verkleuren en versterven. Last van stilte rust,
Hangt op takken, die berusting in den sluimer sust.
En nog even zendt de zwakke rosse westergloed
Schuchter schijnsel aan 't geboomte, vóór hij sterft, ten groet;
Dan zinkt scheemring, vol mysterie, wazig op het woud
En omfloerst met valen sluier 't looverlooze hout.
Mijn meisje, in 't stervende woud zie 'k je staan:
Op je glanzend-zwait haar vallen dor-gele blaan
En je voeten ze drukken het mos bladbedekt.
Je figuur spiegelt 's vijvers klaar-effene vlak,
Wijl je arm, blank en rond, rust op knoestigen tak
Van den stam, oud en sterk, die tot steunsel je strekt.
Van de goudene kim
Belicht en beschijnt.
Eer het zwicht en verkwijnt,
Je gelaat nog heel flauwtjes het zonnegeglim.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Studentenalmanak | 234 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Studentenalmanak | 234 Pagina's