Studentenalmanak 1904 - pagina 192
188
Duivelsche woede schittert in zijne oogen. Zijne tanden zijn
opeengeklemd. Vreeselijk is zijne gelaatsuitdruldang. Nog eens
rukt hij met kracht aan den grendel.
Vergeefs.
Dan uit zich al zijn spijt, zijn haat en woede in een gewel-
digen, sissend brullend geuiten vloek:
„God dammed!" —
Een zware knal weerklinkt.
Beide armen slaat de Engelschman omhoog, het geweer
ontvalt zijne hand ; hij wankelt en valt achterover achter het
struikgewas, doodelijk getroffen.
Onmiddellijk loop ik op den gevallene toe. Ik had een
flauwe hoop, dat hij nog slechts gewond zou zijn.
Nog weerklonk 't geluid van de godslastering in mijne ooren,
en daar lag hij, — dood. Zijn schedel was geheel verbrijzeld;
hersenen en bloed lagen in een wijden kring uiteengespat,
't geheele lichaam was met bloed bevlekt.
In laatste stuiptrekkingen bewogen zich de ledematen;
voor het laatst trokken de spieren der knieën en armen
zich samen om dan slap, machteloos neder te vallen.
De geest verliet het lichaam en ging. —
Waarheen ?
Eene ontzettende gedaclite maakte zich van mij meester,
't Was als ontzonk mij de grond onder de voeten, als blikte
ik af in een peiUooze, duizelingwekkende diepte, in het hei-
sche vuur.
Daarheen ?
Voor eeuwig verdoemd ? Eeddeloos verloren ?
Ontzet, verbijsterd wendde ik mij af. Mijn hoofd duizelde.
Voor eeuwig, eeuwig, eeuwig verdoemd.
De strijd was geëindigd.
Dapperen waren gevallen; met hen één boven allen dapper.
Waar was hij nu?
ü.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Studentenalmanak | 234 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Studentenalmanak | 234 Pagina's