Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1904 - pagina 175

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1904 - pagina 175

2 minuten leestijd

171

naar zijn aard te zamen orkesten vormen en „G-loria in Ex-

celsis" zingen of Haydn's Schöpfungstage juichend inluiden.

Laat al Uw kelen slechts razen, Stormwind!

Bulder nog eens zoo hard, wij sidderen niet. Drijf Uw

legioenen golven op tot schuimbekkende razernij, we lachen

om dat ijdel pogen. Of ge al brult in den bas van het beuken

der golven, of ge al giert in de falset van den fluitenden

orkaan, we voelen ons verheven veilig.

Vergeefs slingert ge al Uw flitsende bliksems, alsof Uw

hemelarsenalen geen einde hadden. Met knetteren en sissen

blusschen ze in de zee als de pijlen van een onschuldig

vuurwerk. Zelfs geen der schuchtere maagden, die een

oogenblik ook maar haar dartel vreugdenspel zal staken.

Niet de orkaan zal den Heerscher vellen, maar het regel-

matig tikken van de klok der Eeuwen, die voor alle leven

onveranderlijke grenzen stelt.

Terwijl daarbinnen en in al de kroondomeinen, waarover

's Konings majesteit glanst, terwijl daar het bUjde leven

zich spoedt, met onbezorgde gedachten, alsof het niet eindigen

zal, nadert buiten iets, dat onheil spelt. De voorbode van

den ongezienen vijand. Ongezien — — nochtans doodelijk

trefEend.

Er is de fladderende vlucht der nachtvogels; vreemde,

schimmige gedaanten. Ze zetten zich op de lage rotspunten,

boven den waterspiegel slechts even zich heffend, vluchten

dan weer voor het door den storm erover gezwiepte water.

Ze verbergen zich in holen en spleten der rotsen en jagen

elkaar na, met zonderlinge vreugde, bij 't akehg nachtdier

onverwacht. En intusschen weerklinkt hun schel gekrijsch,

de morgenkj-eten van die den nacht in dag verkeeren.

Maar daarbinnen merkt men van dat alles niets. Gevaar?

Wat gevaar! is niet onze Heerscher een machtige, sterke?

Ja, wel een machtige en een zeer sterke, maar toch niet

onsterfelijk is hij. Zwijg, gij zwartgallige Cassandrageest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Studentenalmanak | 234 Pagina's

Studentenalmanak 1904 - pagina 175

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Studentenalmanak | 234 Pagina's