Studentenalmanak 1904 - pagina 164
160
Evenals in een tempel, van ouderdom grauw.
Ineenstortend dra tot ruïne, een vrouw
In den bloei van de jonkheid, met maagd'lijke hand.
Priesteres, op het outer het ofEer ontbrandt.
Het gegloei van je wangen, je rozige blos.
En de glans, die er licht
Van je zonnig gezicht,
Steekt blij af bij den droef-bruinen tint van het bosch;
En het witte gewaad om je lelielijf slank
Is hier 't eenige blank.
Verschijning van jeugd in het welkende woud,
Profetesse, die vreugd-openbaringen schouwt
En in stralende toekomst vertrouwt.
Tusschen buit van den herfst een meibloesempraclit,
Als een zilveren lach bij weening en klacht,
Als een psalm in den nacht.
Zoo ben je, mijn Lief, in mijn leven gekomen.
Weg — stierf mijn geloof in mijn jongelingsdroomen,
Weg — zweefde de hoop met haar vleugelgesuis.
Verwelkt waren bloeiende jeugdidealen
En schemering kwam op mijn ziel nederdalen
En herfstachtig zwijgen van liedergedruisch.
Mijn meisje, toen wou je in mijn leven verschijnen,
G-ezante van Lente.
*
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Studentenalmanak | 234 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Studentenalmanak | 234 Pagina's