Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1904 - pagina 156

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1904 - pagina 156

2 minuten leestijd

152

de Groot, en van daar in de alkoof, waar de zieke lag. Het

scheen, dat hij sliep.

Hij was in één woord leelijk. In zijn gezonde dagen zag

hij er al naar uit, maar nu zijn gezicht zoo was vermagerd

en zijn baard gedurende eenige dagen niet geschoren was.

was er inderdaad niets bekoorlijks aan hem.

De Planeet wierp eens een blik op me. Hij dacht hetzelfde

als ik en wat we beiden, eenige uren geleden, niet zouden

hebben kunnen gelooven: hoe wonderlijk het toch was, dat

we daar nu stonden bij het ziekbed van de Groot.

Het was er erg benauwd, en we durfden het raam van de

studeerkamer niet openzetten, uit vrees, dat het den zieke kwaad

mocht doen. Op de waschtafel brandde een klein petroleum-

lampje, dat een zwak schijnsel liet vallen op het ziekbed.

Hij ademde zeer onregelmatig, en hij wendde zich om en

om. Na korten tijd opende hij de oogen en keek ons wild

aan. Eerst herkende hij ons niet, maar al spoedig zag hij

wie wij waren en knikte hij ons toe.

Ik had haast nog nooit zieken gezien, en het viel mij

moeilijk een goede houding aan te nemen. Vooral, omdat het

hier een zieke gold, dien ik altijd links had laten liggen.

Ook de Planeet wist niet goed, wat hij zeggen moest.

Gelukkig kwam de hospita ons te hulp. Ze het hem innemen

en vertelde hem, dat wij op haar verzoek gekomen waren om

bij hem te waken. Toen vroegen wij hem, of hij zich èrg

zwak voelde.

Hij antwoordde daarop niet, maar met zachte stem zeide liij:

„Ik dank jelui hartelijk, dat je gekomen zijt. Ik had

het eigenlijk de juffrouw afgeraden aan iemaud te schrijven,

want ik dacht niet, dat er iemand zou willen komen."

Dat was pijnlijk.

Juffrouw van der Ven legde zijn kussen nog eens goed,

en liet ons toen met hem alleen.

„Ik heb het erg benauwd," zeide de zieke. „Kon ik maar

eens rusten. Als ik even slaap, heb ik zulke nare, afgrijse-

lijke droomen. Ik schijn heelemaal in de war te zijn."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Studentenalmanak | 234 Pagina's

Studentenalmanak 1904 - pagina 156

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Studentenalmanak | 234 Pagina's