Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1904 - pagina 155

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1904 - pagina 155

2 minuten leestijd

151

De Planeet sprak gedecideerd. En wat hij zei was waar.

't Zou misdadig geweest zijn om niet zoo spoedig mogelijk

de Groot te gaan bezoeken.

't Was kwart voor elven.

We staken ons er warmpjes in en gingen de trap af, de

straat op.

Daar was het bitter koud. Gelukkig woonde de Groot vlak

in de buurt, of beter gezegd, ik vond het ongelukkig, want

ik vermoedde, dat dit de reden was, waarom hij om mij had

gestuurd.

We klommen drie hoog en toen stuitten we op een dikke

hospita, die ons aanmaande tot stilte en met gedempte stem

vroeg, wie we waren.

Ik noemde mijn naam.

„O, meneer, komt uwes dan maar boven. Ik ben blij dat

uwes gekomen bent, want meneer is zwaar ziek, en ik kan

't waken niet langer volhouden. Ik zie er niet zwak uit,

meneeren, maar ik ben 't tocli effctief. Maar komt u binnen."

Ze bracht ons in haar huiskamer, waar een allerliefst Jong

meisje van een Jaar of zestien bij ons binnentreden een beetje

verlegen opstond en ons vriendelijk groette.

„Dat is miJQ dochter, lieereu," verklaarde ons de hospita.

De weduwe van der Ven bleek een flinke vrouw te zijn.

Ze verhaalde ons kort en bondig, hoe de vork in de steel zat.

De Groot was Woensdag thuisgekomen en direct naar bed

gegaan. Hij klaagde over pijn in al zijn ledematen, zoodat ze

eerst dacht, dat het maar influenza was. Maar toen het al

erger was geworden, had ze den dokter gehaald, en die had

bedenkelijk het hoofd geschud. Het was een kwaadaardige

koorts. En nu ijlde de patient, en het zweet brak hem van

alle kanten uit. Hij had het zoo benauwd. „En dan zonder

vader of moeder in de wereld, meneeren, dat wil wat zeggen.

En meneer schijnt ook niet veel vrienden te hebben, want

zoolang hij hier woont, is er nog maar eenmaal iemand bij

hem geweest."

Het duurde niet lang, of ze bracht ons op de kamer van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Studentenalmanak | 234 Pagina's

Studentenalmanak 1904 - pagina 155

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Studentenalmanak | 234 Pagina's