Studentenalmanak 1905 - pagina 203
Mijn Lied,
m. aar zijn mijn woorden nu. de blanke, zachte,
Waarmee ik zingen wil mijn klankenklachte,
Zooals een vogel zingt des nachts, als 't doode loover
Te vallen neigt voor Herfst, den snooden roover.
Nog kan hij niet verlaten regen-zware blaren
En naar het zoele Zuid; het zegen-klare varen.
Eén enkle stond stond nog toeft hij, heil'ge wijle.
Voordat hij henenvaart op veil'ge zeilen.
Hij heft het kopje en zingt den langep nacht
Zijn laatste lied, zijn laatste bange klacht.
Zoo zingt ook ik mijn lied, eer zomertijd verglijdt
En over de aarde deint des winters eenzaamheid.
F.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Studentenalmanak | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Studentenalmanak | 266 Pagina's