Studentenalmanak 1905 - pagina 194
Mijmeringen»
ß choon zijt ge, Taprobane, pronk aller eilanden in den
Indischen oceaan, gij, door Boeddhistische zangers ge-
kend als een parel aan de wenkbrauw van Indie, door den
Mohamedaan den in ballingschap zwervenden ouders der
menschheid toegewezen als een nieuw Elyseum, om hen
over het verlies van het paradijs te troosten.
Schoon waart ge, Ceylon, als onzer vaderen bezitting, en
heerlijk zijt ge nog, in de macht van onzen erfvijand.
Maar, wat tergt ge ons met uw schoon, ons ballingen?
Ons baat uw schoonheid niet, ons verlicht niet de aanblik
van den rijkdom uwer weelde, de ellende. Wij zijn gevangen,
daar, waar ge ons slechts woeste vlakten en kale bergen
doet zien.
Ons zijt ge een oord der ellende.
Duisternis is neergedaald over de aarde, sombere dikke
duisternis.
Stil is het al rondom en zwoel is de lucht na de hitte
des daags. Geen krekel meer tsjirpt, geen vogel, die klap-
wiekt. Alles rust.
Rust ook, de stille rust van den Sabbath heerscht in het
anders zoo woelige kamp der 4000 krijgsgevangenen-
Geen gedruisch wordt gehoord, want duizenden staan bij-
een op de helling van een heuvel, stil, aandachtig luisterend
naar de prediking, die weerklinkt van den top. En zij, die
niet ter kerke gingen, zij zitten bijeen in hunne zinken hui-
zen, lezend met elkander de Schrift.
Maar één enkeling houdt zich eenzaam, ver verwijderd
I
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Studentenalmanak | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Studentenalmanak | 266 Pagina's