Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1906 - pagina 337

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1906 - pagina 337

2 minuten leestijd

FARRAGO

toe, nog wel iets waard!« En hij heeft zich geslingerd in

den afgrond der zonde, op welker bodem is een diepe

modderpoel van grove ongerechtigheid. En lichaam en ziel

heeft hij verwoest, vernield. Zijne ziel is zwart geworden

als Satans ziel, zijn lichaam een puinhoop der verstoring.

Zijn eens zoo hoog begaafden geest heeft de zonde verstompt

en die hem zag, zuchtte met weemoed over den verloren

zoon: »Ziedaar de ruïne van een mensch!«

K zag in mijne droomen eene sombere heide,

uitgestrekt tot waar aan den horizon een donker

bosch grillig de toppen zijner boomen afteekende.

Er was geen licht over de heide, het was een

nacht zonder maan of sterren.

Geen leven van mensch of dier was daar, vervroolijkend

de heide; dood heerschte alom.

Daar was geen afwisseling van boom of struik, slechts

golving van den bodem, met kuilen en heuvelen; plekken

zand en plekken hei in grillige opeenvolging.

Ook was daar ruimschoots duisternis, en regenvlagen,

windstormen, verschrikking des doods, afgrijzen en ont-

zetting. O, die bange heide!

Ik huiverde in mijn droomen. Doch ontroering greep mij

aan, toen ik plotseling een eenzamen reiziger gewaar werd

op die akelige heide.

Met moeite kwam hij vooruit, gebogen schreed hij langzaam

voort, kampend tegen storm en regen. Telkens struikelde

hij, nu en dan viel hij over kuilen; kreunend stond hij

weer op om weer te vallen en weer op te staan.

Doodsbleek was zijn mager gelaat, ontsierd door builen en

bloed. Zijne schoenen had de lange en moeilijke weg ge-

scheurd ; zijne kleederen waren doorweekt en bemodderd.

Het gieren van den wind, het gezwiep van den regen, het

hijgend gesteen van den pelgrim vormden een afgrijselijk

trio van ellende tegenover de monotone stilte.

21

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Studentenalmanak | 380 Pagina's

Studentenalmanak 1906 - pagina 337

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Studentenalmanak | 380 Pagina's