Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1906 - pagina 336

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1906 - pagina 336

2 minuten leestijd

FARRAGO

roeping, als toen op den dag zijner wijdende zalving. Doch

herfst had het groen der lentebladeren gegeeld. Koude

winden hadden de bloesems afgeschud. Een kille vorst had

de vermetele bergbeek als gletscher gebreideld.

Het was hem goedgegaan, eerst. Hij was vooruitgekomen.

D e verleiding, de giftige slang, had hij van zich geslingerd.

Hij werd geprezen, hij werd gevierd Gezien was hij, in

hooge eere, als student inter amicos, als jong geleerde,

reeds toen koorknaap in der wetenschappen tempel.

Toen was de bezieling flauwer geworden, het gevoel zijner

roeping. Wel was hij schijnbaar dezelfde, maar een surrogaat

van bezieling had de oude, echte vervangen; wel werkte

en streed hij schijnbaar met gelijk vuur, met gelijke

geestdrift en kracht; doch het was niet de kracht zijner

roeping, het was de eigen kracht van zijn zelfbewusten trots.

Toen is op hem komen aanstormen, met legioenen van

sterke helden, de bange, booze twijfel, de wereld, de zonde.

En hij trachtte den strijdbaren drom te keeren. Doch,

vermolmd was het hout van zijn lans; helaas, verroest was

het staal van zijn zwaard.

Wee den ongelukkige, die zijne wapens veronachtzaamde;

hij is hem gelijk, wien ze ontfutseld werden.

Toen werd de strijd zeer bang, het waren toch zijne tegen-

standers van ouds; met vuist en voet verweerde hij zich. Doch

ten slotte werd hij gesleept, aan handen en voeten gebonden,

ziedend van toorn, maar in machtelooze woede zijn vleesch

schrijnend aan de touwen, gesleept in den kerker van Satan,

en ik hoorde het huilend gelach der daemonen over hem.

O, arme, »geroepene des Heeren«, die de wereld zou

voeren als buit!

N zijn twijfel en wanhoop heeft de jonge geleerde,

de student al wat hem dierbaar was en schoon

van zich geworpen. »Had hij zich zijn leven lang

niet bedrogen! Was zijn leven, een leugen tot nu

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Studentenalmanak | 380 Pagina's

Studentenalmanak 1906 - pagina 336

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Studentenalmanak | 380 Pagina's