Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1906 - pagina 268

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1906 - pagina 268

2 minuten leestijd

252 FARRAGO

in het verstand en den wil maar in het gemoed en in een

gevoel van volstrekte afhankelijkheid bestond, leerde hij,

dat het Christendom niet een weten was of een doen,

maar dat het in eene eigenaardige betrekking tot Christus

den »Erlöser« zijn onderscheidend kenmerk had. Christus

was n.1. onze verlosser, niet door wat Hij leerde of deed

maar door wat Hij was, door zijn volkomen en ongebroken

Godsbewustzijn. In Hem was het gevoel der volstrekte

afhankelijkheid van God, de volle gemeenschap met God

voortdurend aanwezig en dus het wezen der religie volkomen

vervuld. Daaraan ontleent Hij de kracht, om ook in ons

dat gevoel van afhankelijkheid, die religieuze aandoeningen

te wekken en te versterken; door ons op te nemen in zijne

gemeenschap, brengt Hij ons tot de gemeenschap met God.

i

N deze constructie van het wezen des Christen-

doms lag in elk geval dit goede element opgesloten,

dat de persoon van Christus er weer door op den

voorgrond kwam te staan.

Trouwens, ook Kant had in den persoon van Christus reeds

het voorbeeld, het symbool, den representant van de idee

der Gode welgevallige menschheid aanschouwd. En wel

was hij van meening, dat het geloof aan de historische

verschijning dezer idee in Christus voor de zaligheid geen

beteekenis had, maar hij sprak deze idee toch uit en legde

tusschen haar en den persoon van Christus een bepaald, zij

het dan ook alleen, historisch verband. Meer beteekenis kreeg

de historische verschijning van Christus in de wijsbegeerte

van Schelling en Hegel. Bij eerstgenoemde was Christus

diegene, in wien de in de schepping begonnen menschwor-

ding Gods tot haar hoogste openbaring en verwerkelijking

kwam, en die als zoodanig, als de eenheid van het goddelijke

en menschelijke, hoofd eener gemeente werd, wier leden

allen op dezelfde wijze die eenheid hebben te realiseeren.

Soortgelijk was de opvatting van Hegel. De eenheid van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Studentenalmanak | 380 Pagina's

Studentenalmanak 1906 - pagina 268

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Studentenalmanak | 380 Pagina's