Studentenalmanak 1906 - pagina 350
334 FARRAGO
Want die daar lag was niet mijn lieve broer, maar iets
vreemds, iets niet-menschelijks, hij zelf was van mij weg
voor immer.
Daar heb ik niet geweten met mijn verstand, doch be-
grepen bij intuitie, dat niet de stof den mensch vormt,
maar de geest.
AAG doemt nog voor mij op een onbestemd
iets van een stoet van sombere, zwarte mannen,
en van een rijtuig waarin ik reed, en van mijn
moeder dat ze schreide, zacht en klagend, toen
het kleine met zwart doodslaken gedekte kistje werd
uitgedragen.
Vaag óók, dat ik neerzag in een diepen, zwarten kuil, en
dat droef en hol neersloegen op de kist de schoppen zand —
En dat ik, thuisgekomen, platen heb gekeken uit een boek.
EZDRAS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Studentenalmanak | 380 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Studentenalmanak | 380 Pagina's