Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1906 - pagina 349

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1906 - pagina 349

2 minuten leestijd

FARRAGO 333

van mij afschuddend, treed ik voort. Doch eer ik kwam

in de kamer, waar hij was in woeste croupbenauwdheid,

staande stijf-rechtop in bed, de oogen getreden uit hun

kassen, het ge/iicht verwrongen en vaalblauw, zag ik mijn

vader, die mij bedroefd angstig, zonder spreken, bracht uit

de smederij en op den stoep.

Toen — want ik was een dom, onwetend kind — toen

scheen die daad mij een groote onrechtvaardigheid, een

harde, vreeselijke wreedheid.

En toch was het een daad van liefde.

IJ was dood.

Al mijn denken loste zich op in ééne gedachte

dat ik hem nooit gevraagd had en nooit meer

zou kunnen vragen om vergeving.

Heel mijn voelen werd één gevoel van knaging, van

wroeging in mijn hart.

Toch wou ik hem zien. En ik heb gesnikt en geschreid

en gesmeekt, tot men het eindelijk toestemde.

Daar lag hij dan, stijf en koud en dood, rustig en stil.

Een donkere schaduw, zwaar onder de bol-gesloten oogjes,

de paars-witte lippen half geopend, zich vertrekkend tot

een vredigen, kalmen glimlach, de borst, die niet meer

ademde, gedrukt door de over elkander gelegde was-

witte handen.

Daar zag ik geen smart meer, en geen benauwing, en

ook geen wrok meer jegens mij.

Ik voelde mij gerustgesteld, de wroeging was uit mijn

kinderharte weg.

Ik, het kind, werd gemeenzaam met den dood.

Wel bekroop mij een aandoening van weemoed, maar

felle smart was het niet.

Doch toen ik hem kuste op het marmeren voorhoofd,

toen ik huiveren moest van de ijzige kilheid des doods,

die mijn lippen verstijfde, toen kwam de smart over me.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Studentenalmanak | 380 Pagina's

Studentenalmanak 1906 - pagina 349

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Studentenalmanak | 380 Pagina's