Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1906 - pagina 347

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1906 - pagina 347

2 minuten leestijd

FARRAGO 331

Een half uur later ben ik bij mijn grootouders, daar de

dokter niet hebben wilde dat ik in ons eigen huis bleef.

Toen wist ik het nog niet, doch later hoorde ik, wie dien

avond zijn sprong gewaagd had.

Die hoest was niet de hoest van een mensch, maar 't

gebrul van dien ontzettenden worger, van het onverbiddelijk

grijpdier, dat croup heet.

W E E dagen later vertelde men mij, dat mijn

broertje waarschijnlijk zou gaan sterven.

Ja, wat was sterven?

Men had mij gezegd, vroeger, toen een ander

kindje gestorven was, men had mij toen gezegd, dat het

nu was in den hemel.

Dus nu ging ook mijn broertje naar den hemel.

Maar daar kwam het over me als een klare, vreeselijke,

akelige duidelijkheid, dat hij dan zou wegzijn van mij, dat

hij zou zwijgen als ik vroeg, stille zou zijn als ik schreide,

niet meer zou lachen in mijn blijdschap.

En toen — want ik had ook dat andere kind dood gezien —

toen zag ik hem op eenmaal liggen, onbewegelijk en strak

en stijf op een wit bed onder het lange, witte doodslaken.

Hij zou stomme zijn.

En ik moest hem nog iets vragen.

Het plofte op me neer als een diep besef van schuld.

Het wrokte in me op, onweerstaanbaar zich dringend naar

boven. Het riep uit boven alles, scherp en wreed, telkens

luider en luider.

Het schreeuwde in m e : »Je hebt hem geslagen, je hebt

hem geslagen«.

Ik had hem immers bezeerd. En ik vroeg hem nog niet,

of hij weer goed op me zijn wou.

't Was toch eigenlijk mijn schuld, dat ik hem raakte met

den hamer.

En nooit, nooit, nooit, zoude ik hem om vergeving kunnen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Studentenalmanak | 380 Pagina's

Studentenalmanak 1906 - pagina 347

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Studentenalmanak | 380 Pagina's