Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1906 - pagina 278

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1906 - pagina 278

2 minuten leestijd

202 FARRAGO

tot het wezen des Christendoms te besluiten, slechts eene

abstracte formule tot uitkomst hebben, die aan de volheid

en den rijkdom van het leven ten eenenmale ware gespeend.

En als men dan daarna, gelijk toch de eisch zou zijn, aan

die abstracte formule de concrete belijdenissen der kerken

ging toetsen, bleef er van deze alle zoo goed als niets

over en had heel het onderzoek tot niets anders dan tot

eene effaceering van het historisch Christendom geleid.

IT gevaar is niet denkbeeldig. Hegels stelsel is op

deze klip gestrand. Uit het historisch Christendom

lichtte hij de idee van de eenheid van het goddelijke

en menschelijke uit, en met deze idee heeft hij heel

den Christelijken godsdienst in symbolische voorstellingen

opgelost. Scholten te Leiden paste deze zelfde methode op

de belijdenis van de gereformeerde kerken toe, en bevond,

dat Gods volstrekte opperheerschappij er het beginsel van

was, en heeft toen met den maatstaf van dit beginsel heel

de gereformeerde belijdenis weggecritiseerd. Beiden ver-

gaten, dat het Christendom geen philosophisch stelsel maar

godsdienst was. Het Christendom is niet uit een abstract,

formeel beginsel door logische deductie af te leiden of te

construeeren; het is een historisch gegeven, een positieve

godsdienst. De genade en de barmhartigheid Gods, de

menschwording van Christus, de voldoening, het geloof en

de rechtvaardigmaking, en welke dogmata daar meer zijn,

ze zijn niet door ons logisch denken uit een abstract be-

ginsel van de eenheid van het goddelijke en menschelijke,

van Gods volstrekte heerschappij of iets dergelijks af te

leiden, maar zij zijn ons in de historie, of naar de belijdenis

der kerken in de openbaring Gods gegeven. Deze en niet

een wijsgeerig beginsel is het principium cognoscendi van

religie en theologie. En wie ze daaruit niet geloovig aan-

neemt, vindt ze nooit, al beschikt hij ook over de denkkracht

van een Kant of een Hegel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Studentenalmanak | 380 Pagina's

Studentenalmanak 1906 - pagina 278

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Studentenalmanak | 380 Pagina's