Studentenalmanak 1908 - pagina 140
OP DE HEI.
m LS midden in de hei, op ronde, bolle dopjes,
Geen leven om mij heen, ik eenzaam wand'lend
Zag ik, hoe ieder van die knopjes
Met roode koontjes sliep.
[liep.
Toen boven aan het zwerk, langs lange lichte-koorden,
Al luister om zich heen, de zon tot loven riep.
Zag ik, dat al die dopjes 't hoorden,
En prezen, Die hen schiep.
Als binnen in mijn ziel, in zalig zelfbedroomen.
Waarschuwend van omhoog, mijn Schepper mij ook riep,
Deed ik, zoodra ik Hem zag komen,
Niet anders dan of 'k sliep.
Toen eindelijk voor mij, na vaak mijn naam te noemen.
Bij onwil van mijn kant. God zelf mijn oog ontsloot.
Toen pas, na al die kleine bloemen,
Riep ik: ja God is groot.
B. E.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Studentenalmanak | 170 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Studentenalmanak | 170 Pagina's