Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1908 - pagina 137

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1908 - pagina 137

2 minuten leestijd

1^1

trillend haar geleidde door het huis, dat nog versch aan

herinneringen was.

Ja, die herinneringen, zoo smartelijk, omdat hij er niet

was, zoo heerlijk, omdat zoo'n verleden bestaan had.

Ze dacht aan de ontmoeting.

Ze herinnerde zich dien avond, waarop hij zong met

diepvoelende stem van »Sah ein Knab' ein Röslein stehnc,

en al verstond zij 't gebrekkig, toch voelde ze toen een

intens meelijden met 't geknakte roosje; ze wist niet hoe

't kwam, maar 't was toen net of 't een voorspelling was,

ze kreeg een gevoel of ze aan iets wilde denken, wat ze

zich niet kon herinneren, wat ze in vagen droom had gezien,

iets van nevelen en van overweldigende oneindigheid.

Ze herinnerde zich, hoe ze naar de verhalen van dat

koude, grauwe Noorwegen had geluisterd, hoe ze zich voor-

stelde de morgenzon, opgaande in roze-ivoor tinten, zich

weerspiegelend in 't ijs van de gletschers en 't zilte water

van de grillige fjords.

Ze keek dan naar een kleine schets van hem, waarop

hij een skilooper had afgebeeld. En hoe koud 't daar ook

mocht wezen, haar scheen 't een paradijs toe, want 't was

immers zijn land. . . .

En langzamerhand kreeg zijn beeld een stralenkrans

en werd 't op een voetstuk voor 't altaar van haar hart

geplaatst en ze kon zich niet voorstellen, dat 't geen droom,

maar heusche werkelijkheid was geweest. . . .

En dan keek ze naar de Etsch, als om te vragen,

wanneer hij terugkwam, maar ze kon uit de mischende

golfjes niet wijs worden en 't pluimwuivend riet kon haar

ook niet antwoorden en de sterren, die daar aan den hemel

haar banen liepen met onverwrikbaar vasten loop, konden

haar ook niet helpen, want zij zeggen alleen: berust, gij

hoeft niet te zorgen ; Eén weet, wat goed is.

En dan . . . dan zuchtte ze, en haar blinde moeder

voelde waarom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Studentenalmanak | 170 Pagina's

Studentenalmanak 1908 - pagina 137

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Studentenalmanak | 170 Pagina's