Studentenalmanak 1909 - pagina 146
ZEELAND.
CHOON zijt gij, mijn Zeeland,
Met het wondere ruischen
Der golvenrijen, met uw schuimende baren.
Die aan 't eenzame zeestrand
Eentonig bruisen.
Schoon zijt gij, mijn Zeeland,
Met uw stille kreken ;
Met uw breede dijken, met uw palenrijen.
Die aan 't eenzame zeestrand
De golven breken.
Schoon zijt gij, mijn Zeeland,
Met uw machtige stroomen,
Met uw groote booten, die langzaam varen.
En bij 't gele bankzand
Voor anker komen.
Schoon zijt gij, mijn Zeeland,
Als in breede kringen
De witte meeuwen over 't water zwieren ;
En de winden aan 't zeestrand
Hun stormlied zingen.
Lieflijk zijt gij, mijn Zeeland,
Met uw lange landwegen.
Met uw hofsteden, met uw stille dorpen,
Midden in 't bouwland,
Rustig gelegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Studentenalmanak | 184 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Studentenalmanak | 184 Pagina's