Studentenalmanak 1910 - pagina 143
VREDE.
E T is nacht.
Stil en verlaten ligt het dorpje. Den ganschen
dag had het gesneeuwd, zoodat alles als met een
wit kleed bedekt scheen.
Maar nu was de lucht helder en de maan wierp een
zacht schijnsel op de rustende bewoners van het plaatsje.
Slechts één wandelaar, "t Is de dokter. Langzaam richt
hij zijn schreden huiswaarts, maar zijn gedachten blijven nog
wijlen in de hut, die hij zoo pas verlaten heeft, 't Was
zijn laatste bezoek geweest. Menschelijke hulp mocht niet
meer baten en de onverbiddelijke dood had zijn intrek ge-
nomen in de woning van vrouw Karels.
Stil zit ze voor het bed, met de handen het hoofd
ondersteunend, terwijl de tranen, tusschen haar vingers
doorgeglipt in haar schoot vallen. Niets wordt hier gehoord
dan de al zwakker wordende ademhaling van den zieke.
Dit kind is alles wat zij nog heeft. Haar man is reeds
eenige jaren geleden haar ontnomen, nu heeft zij weken
lang gebeden om het behoud van haar lieveling, maar —
God heeft het anders beschikt.
Zij bemerkt niet, dat hij haar aanziet met een vreemden
glans in zijn anders zoo doffe oogen. >Moeder«, klinkt het
zacht, maar nog hoort zij niet. Weer fluistert hij: »Moeder«
en nu richt zij zich op en buigt zich over hem.
»Ik zie Vader — hij roept mij, ik moet gaan Moe;
niet lang meer en dan zult u ook komen, wat zullen we
dan gelukkig zijn.
Een glimlach verheldert zijn gelaat, zacht klinkt het
nog: »dag Moec, dan wordt de ademhaling zwakker en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Studentenalmanak | 202 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Studentenalmanak | 202 Pagina's