Studentenalmanak 1910 - pagina 139
131
Is sterker nog, nu ze daar weer alleen zit, alleen,
zonder haar Femmy.
En ginds op den doodenakker, staat een kleine schaar
om een pas gedolven grafjen.
Zooeven is het weer begonnen te sneeuwen.
Zachte, dikke vlokken vallen langzaam uit de grijs
benevelde lucht.
Overdekken ook het kerkhof.
Vallen ook om en in den verschen kuil.
Nemen weg voor een deel in hun zilveren blankheid
het droef-sombere van het tooneel.
Het kistjen wordt neergelaten in de groeve.
En alles door een zwart kleed aan het oog onttrokken.
Maar zie, ook dat is dra door de steeds neerdalende
vlokken overdekt.
Dan is alles weer blanke, reine sneeuw.
Een witte lijkwa voor het kleene wicht!
Schoone symboliek, bij hen, die het verstonden, dieper
indruk achterlatend, dan de troostvolle woorden, die ook
over dit graf weerklonken.
* *
*
Straks komen ze weer terug.
Sprekend over de lieve doode.
Maar de menschen vergeten zoo spoedig.
En ook het leven heeft zijne eischen en beslommeringen.
Want voort tikt knarsend het raderwerk van den tijd.
En voort moeten de levenden.
Zelfs in de gesprekken van het sterfhuis nemen die
alledaagschheden een groote plaats in, om straks als men
is heengegaan, bij de meesten spoedig te verdringen den
ernst van sterven en begraven.
f
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Studentenalmanak | 202 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Studentenalmanak | 202 Pagina's