Studentenalmanak 1910 - pagina 137
129
Want in dergelijke oogenblikken vergeet men, dat ook
hij een mensch is, met een beperkten geest.
if *
*
Na enk'le woorden gaat de arts naar het bedje.
Hoe bespiedt, bestudeert men haast instinctmatig ieder
van zijne bewegingen.
Hij ligt de dekentjes op.
Staart in de matte oogjes.
Voelt de pols.
Betast het hoofd en w e e r . . . en weer . .
Werpt de dekens terug.
Schudt het hoofd en gaat.
Gaat zwijgend.
En als een der familieleden haastig hem volgt en bij
het uitlaten een vraag doet, is zijn eenigst antwoord, ietwat
trillend^, afgebroken geuit: koude compressen — op 't
hoofd — hersenvliesontsteking — weinig hoop!« —
Ja, hij had zich vergist, deze wending althans in 't
geheel niet voorzien.
Zelf sprak hij het later uit.
En als die hem uitliet, terugkomt, zegt hij wel niet
alles, maar men voelt het toch, dat de uitspraak van den
»eneesheer beslissend was.
Een enkele meent reeds te hooren de wiekslag van
den naderenden doodsengel, hoe hij het zich ook tracht te
ontveinzen, hoe hij ook die gedachte, telkens weer opflit
send, wil verbannen.
In elk geval, koude omslagen, dadelijk.
Ijs is niet noodig, want buiten ligt immers sneeuw genoeg.
Hoe beijveren zich de beide broertjes om sneeuw, veel
sneeuw te brengen.
Blij, dat ze buiten mogen zijn, in de heerlijkfrissche
lucht en iets kunnen doen voor z u s . . . .
9
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Studentenalmanak | 202 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Studentenalmanak | 202 Pagina's