Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1910 - pagina 158

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1910 - pagina 158

2 minuten leestijd

I50

Ik kleedde my uit en begaf my te bed, doch vele

aangename herinneringen kwamen by my op en hielden my

den vaak uit de oogen. Kort nadat ik eindelijk was ingeslapen

werd ik echter gewekt door een geluid als het ruischen

van een zijden gewaad en zachte voetstappen, alsof er een

vrouw door het vertrek liep. Vóórdat ik iny op kon richten

om te zien wat er aan de hand was, zag ik de gestalte

van een kleine vrouw die tusschen het bed en het vuur

doorliep. Haar rug was naar my toegewend, en ik kon zien

dat zy oud en ouderwetsch gekleed was.

Natuurlijk dacht ik aan een vergissing; waarschijnlijk was

zy by ongeluk, door de duisternis misleid, in mijn kamer

gekomen. Daarom bewoog ik my in bed en kuchte een

weinig, om haar mijn tegenwoordigheid kenbaar te maken.

Zy keerde zich langzaam om, maar, genadige Hemel! wat

moest ik zien! Op een gelaat, dat de strakke wezenstrekken

van een lijk vertoonde, waren de sporen geprent van de

gemeenste en afschuwelijkste hartstochten. Het scheen, alsof

het lichaam van een verschrikkelijken misdadige uit het graf

was opgestaan. Ik richtte my op in bed, en keek, op mijn

handen gesteund, naar deze ontzettende verschijning. Het

wijf deed één vluggen pas in de richting van mijn bed,

sprong er op, en nam juist dezelfde houding aan als ik,

terwijl zy haar duivelsch gelaat tot een halve el afstands

van het mijne deed naderen, met een boosaardigen, spot-

tenden grijnslach.

Ik ben geen lafaard; maar toen ik my aldus onder de

oogen, ja bijna in den greep van een boozen geest bevond,

begaf my de moed. Het scheen my, alsof al mijn bloed

my uit het hart wegvloeide, en ik viel achterover in zwijm.

Hoe lang ik zoo bleef liggen, zou ik niet durven ver-

zekeren; maar ik werd opgeschrikt door de klok van het

kasteel, die drie uur sloeg, zóó luid, dat het scheen alsof

het in de kamer-zelf was. Het duurde eenigen tijd, voor

ik mijn oogen dorst openen. Toen ik echter den moed

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Studentenalmanak | 202 Pagina's

Studentenalmanak 1910 - pagina 158

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Studentenalmanak | 202 Pagina's