Studentenalmanak 1910 - pagina 161
HERFST.
De zonne zinkt, en doet in diep-kormijn
de teer-gepluimde wolkenveêren branden.
En zacht, met zij-ig-zilveren nevelkleed,
dekt avond toe de moe-gebloeide landen.
Dof-purper gloeien in 't wegstervend licht
de weinige blaadjes van den wilden-wingerd,
die, huiv'rend in den killen najaarswind,
z'n naakte ranken om mijn venster slingert.
Aan verren einder klompt 'n logge molen,
omhuifd al door 't aansluipend schemer-grauw,
en doet, in tragen zwaai z'n wieken wentelen:
'n vage silhouet vóór 't bleekend hemel-blauw.
En stilte heerscht: tot plots, eerst aarz'lend zacht,
dan met 'n breeden, klaren klankenvlucht,
de vesperklok uit schuw-wegschuilend dorp
z'n blij getamp doet galmen door de lucht.
CRISPÜS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Studentenalmanak | 202 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Studentenalmanak | 202 Pagina's