Studentenalmanak 1911 - pagina 274
258 FARRARO
WEES STERK
E T valt niet aan elk te beurt zijn wensch t' erlangen,
Waarnaar hij haakte met zijns harten gloed;
Hoe wein'gen mogen tasten, zien verwerklijkt,
Wat lang gekoesterd werd diep in 't gemoed.
Ja, tegenslag en drukkend leed zijn dikmaals
Voor wie eerst hoopvol ging, thans ach! zoo moe
Voortzwoegt, het ruimschouts toegemeten deel, dat hem
Geknakt, ontmoedigd, vragen doet: »Waartoe?«
Doch weet, gij die U wilt gewonnen geven
En tegenstrevens moede buigen 't hoofd:
De kracht des bergstrooms, sluim'rend eerst, ontwaakt juist dan,
Als 't stuitend rotsblok zijne bedding klooft.
En zoo ook zendt God daartoe u Zijn slagen.
Om wat in u nog op ontplooiing wacht
T e wekken tot fier, zelfbewust volharden.
Rust roest, doch tegenspoed kweekt levenskracht.
Hij slaat u, ja, doch met een ridderslag
Tot een Aurora's zoon, een Memnon, die
Tot steeds vernieuwden kamp, zich uit het stof
Verheft met onverwinbare energie.
Wat bloemengeur en zonschijn niet vermogen.
Geen ijl geluk of voorspoed schenken kan,
Dat doen de strijd, de druk, des levens stormen:
Hun stoot zij hard, hij schept een held, een Man.
S. K.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Studentenalmanak | 340 Pagina's