Studentenalmanak 1911 - pagina 95
REGLEMENT 83
noch wegens plichtsverzuim of wangedrag, wordt ontslagen, dan
ontvangt hij nog gedurende ten minste vijf jaren de helft van
het in het laatste jaar door hem genoten tractement als wacht-
geld ; welk bedrag echter, bij aanvaarding van eene andere be-
trekking, wordt verminderd met het bedrag der daaraan verbonden
geldelijke voordeelen.
Wordt een hoogleeraar of ander docent onder zoodanige
omstandigheden geschorst of op nonactiviteit gesteld, dan wordt
binnen het jaar beslist, of hij in actieven dienst zal kunnen terug-
keeren, dan wel hem ontslag zal verleend worden. Middelerwijl
geniet hij drie vierden van zijn tractement. Ingeval van ontslag
treedt de bepaling der vorige alinea in werking.
Onder het in de beide vorige alinea's bedoelde plichtverzuim
wordt niet begrepen afwijking in het onderwijs van het in art. 2
van de statuten der bovengenoemde vereeniging aangegeven stand-
punt, indien dit het gevolg is van eene veranderde overtuiging.
Indien het besluit tjt schorsing of tot ontslag van een hoog-
leeraar of een ander docent door plichtverzuim of wangedrag
wordt gemotiveerd, wordt de beslissing over die qualificatie, indien
de daarbij betrokkene van die qualificatie in beroep komt, opge-
dragen aan de in art. 201 van de Hooger-onderwijswet bedoelde
commissie, indien deze zich daarmede wil belasten, en anders aan
vijf scheidsrechters, waarvan twee worden aangewezen door den
betrokkene zelven, twee door de gecombineerde vergadering van
directeuren en curatoren, en de vijfde door die vier gezamenlijk.
Directeuren geven van elke aanstelling, schorsing of ontslag
van een hoogleeraar of van een anderen docent binnen een
maand kennis aan den Minister van Binnenlandsche Zaken; bij
de faculteit der godgeleerdheid zonder meer, bij de andere facul-
teiten, voor zooveel het eene aanstelling geldt, met overlegging
van eene opgave van de diploma's en akten van bekwaamheid,
die de aangestelde bezit, van zijne geschriften, alsmede van een
staat van zijne vorige betrekkingen.
Ingeval de aangestelde hoogleeraar of docent niet in het
bezit is van den voor het onderwijs aan eene bijzondere universiteit
wettelijk vereischten doctoralen graad, wordt door directeuren,
behalve de voornoemde kennisgeving aan den Minister van
Binnenlandsche Zaken, ook de aanvrage gedaan van de alsdan
vereischte Koninklijke bekrachtiging der aanstelling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Studentenalmanak | 340 Pagina's