Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1911 - pagina 52

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1911 - pagina 52

2 minuten leestijd

42 TOESPRAAK Dr. W. GEESINK

gekomen nadat hij was ingegaan in Gods heiligdommen.

En dan zingt hij het weer voor zijn God uit: »Die verre

van U zijn«, die zich van U verwijderen, van God, den

wereldgrond en de levensbron, »zullen vergaan«, gaan hun

ondergang tegemoet. »Maar mij aangaande«, maar wat mij

betreft, ik — »nabij God te zijn«, met Hem verbonden te

wezen, is mij goed, is mij kostelijk, is mijn geluk.

Hier hebt gij de innerlijke onderscheiding der menschen;

van God äf en nabij God; van Hem zich verwijderen en

met Hem zich verbinden.

En nu het andere Schriftwoord.

Laat mij u even herinneren, dat ABIGAIL, de wijze

vrouw van den dwazen NABAL, dit sprak tot DAYID toen zij

hem in de woestijn van Maon levensmiddelen bracht. Tot

hem, den met zijn bende hongerenden hoofdman, wiens

gemoed in toorn-passie was ontstoken door de honende

woorden van NABAL op zijn vraag om onderstand »in

extrema necessitate«. Maar wanneer DAVID ziet wat ABIGAIL

doet; wanneer hij hoort de zachte, verontschuldigende

woorden der vrouw, dan legt zich weer zijn opsteigerend

affect. En toen sprak tot hem., den door JAHWE gezalfde,

in profetische extase de dochter der woestijn haar zooeven

door mij geciteerd woord. Met de fijne kieschheid der

verstandige vrouw spreekt zij, al kent zij ook de situatie,

slechts onderstellender wijze en noemt zij zelfs niet den

naam van DAVID'S vervolger en belager, van den nog

regeerenden koning

Met dit haar woord van »bundel« en »slinger« beeldt

ABIGAIL dezelfde onderscheiding uit die ASAF uitzingt in

zijn lied.

»De ziel«, dat is hier het leven en bepaaldelijk het

aardsche leven van DAVID, zal, zegt zij, »ingebonden zijn

in den bundel der levenden bij JAHWE«.

In een bundel binden, door een band er om heen te

leggen saamhouden, doen wij met wat tegen verslingeren,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1911 - pagina 52

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Studentenalmanak | 340 Pagina's