Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1911 - pagina 260

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1911 - pagina 260

2 minuten leestijd

244 FARRAGO

haalt Amos de hoofdsom der onheilsprediking, vroeger over

Israël uitgegoten, maar zóó, dat ze thans in 't bijzonder

gericht is tegen Amazia, den man, in wien zich Israels ver-

zet tegen Jahve's woord belichaamd heeft. Als Jahve over

Israels huis dat volk verwekt, het ongenoemde, maar niet

onbekende volk, dat Israël zal verdrukken »van de Hamath-

baan tot de Arabah-beek< i), — het volk van Assur, dat nu

wel Israels bloei bevordert door Damaskus in bedwang te

houden, maar dat straks, na Damaskus te hebben vernietigd,

op Israël zich werpen zal ^), — dan zullen Amazia en zijn

huis in het brandpunt van Jahve's toorn staan. Zijn vrouw,

de aanzienlijkste der stad, zal het diepste worden vernederd,

wanneer ze binnen Bethels muren door de vijanden wordt

verkracht. Zijne kinderen zullen in den strijd omkomen;

zijn grondbezit zal aan vreemden worden toegedeeld. En

hijzelf, die niet als Achab voor het profetische woord zich

heeft verootmoedigd, zal alle smaad en smart overleven,

om straks te sterven in het vreemde land, — een land

voor den Israëliet onrein, omdat het niet door Jahve aan

zijn volk ter erve was geschonken.

En nu gaat Amos heen, nadat hij nog als referein

het woord heeft doen weerklinken:

»En Israël zal gewis in ballingschap uit zijn land gaan« ^).

V.

I OOG stond de maan aan den nachtelijken hemel,

toen Amos in eene der schaapskooien buiten

Thekóa's muur *) zich ter ruste uitstrekte, in lange

rij gingen de gebeurtenissen van den afgeloopen

dag voorbij zijn geestesoog. Toen de zon verrees, had hij

1) Amos 6 : 1 4 .

3) Jes 8 : 4 ; II. Kon. 16 : 7 — 9; 15 : 29; 17 : 1—6.

2) Vgl. Amos 7 : 1 1 met vers. 17.

*) II Chron. 1 1 : 5—12.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1911 - pagina 260

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Studentenalmanak | 340 Pagina's