Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1911 - pagina 253

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1911 - pagina 253

2 minuten leestijd

FARRAGO 237

had geene sympathie gewekt, — het was een kennen van

verre. En nu liep het gerucht door de stad, dat de onge-

wenschte vreemdeling des avonds te voren weer was gezien.

Kon men slechts de hand aan hem slaan! Maar men moest

de gevoelens ontzien van het volk, dat in drie, vier generaties

de herinnering had bewaard aan de onschendbaarheid van

mannen als Elia en Elisa, — het volk dat zelfs nog wist

te verhalen, wat er met den zoon van Nebat was geschied,

toen hij naar den Judeeschen godsman de hand uitstrekte.

Intusschen kon Amazia ^ich met één ding troosten: Aanhang

zou Amos wel niet verwerven; hij had immers totnogtoe

niets goeds over Israël geprofeteerd, maar enkel kwaad i).

Laat het volk hem dan ontzien, — aanhangen zullen ze

hem niet, want liefde kunnen zijn woorden niet wekken.

Maar het ging toch eenigszins anders dan Amazia het

zich had voorgesteld. Dicht opeengedrongen staat de

volksmenigte voor het heiligdom, reikhalzend uitziende naar

het slachten der offerdieren, — daar verschijnt plotseling

de gevreesde man, en eerbiedig wijkt de schare voor

hem uit. Hij blijft staan in de nabijheid van het altaar, alsof

daar zijn rechtmatige plaats was, en instede van op de

offerdieren is weldra op hem aller oog geslagen. De helpende

priesters staken hun werk, mede aangegrepen door de

ontzagwekkende verschijning van den zoon der woestijn.

Amazia wordt overweldigd door het krenkende gevoel, dat

hij in een oogwenk heeft opgehouden de hoofdpersoon te

zijn. En het woord van Amos weerklinkt ^):

»Aldus deed mij de Heere Jahve zien «

Het eerste tafereel, dat de ziener voor de oogen zijner

toehoorders ontrolt, is een lentebeeld. Het weelderige

gras, waarmee de weiden in den nawinter ^) prijkten, is

1) Vgl. I Kon 22 : 8.

2) V a n hier af vergelijke m e n v o o r t d u r e n d A m o s 7.

S) F e b r u a r i en M a a r t ; zie Wetzstein bij Delitzsch, J o b ^, p a g . 3 1 9 .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1911 - pagina 253

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Studentenalmanak | 340 Pagina's