Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1911 - pagina 254

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1911 - pagina 254

2 minuten leestijd

238 FARRAGO

afgemaaid. Beambten zijn gekomen en hebben het meege-

voerd ten behoeve van de koninklijke paardenstallen ^). Thans

begint het nagras op te komen, dat voor zijn' verderen

groei den spaden regen ^) behoeft, en waarop de hoop is

gevestigd van den landman, die de eerste snede moest

afstaan aan Jerobeam. Maar terwijl Amos zich in dit

werk van zijn' God verheugt, daar aanschouwt hij plotseling

hoe diezelfden God ^) het jonge sprinkhanen-gebroed, wit,

zwart en groenachtig uit den bodem te voorschijn doet

komen, klein als vliegen, maar vraatzuchtig alsof ze reeds

volwassen waren *). Weldra zullen ze het pas opschietende

nagras hebben verslonden, — daar rijst uit des zieners

hart de smeekbede omhoog: »Heere Jahve, vergeef toch!«

Bij die smecking voegt zich de drangreden, dat Jacob —

trots den nabloei op langdurige Arameesche onderdrukking

gevolgd ^) — te klein van middelen is om deze bezoeking

te kunnen doorstaan. En een krachtig gebed des recht-

vaardigen vermag veel. »Dit berouwde Jahve; — »»Het

zal niet geschieden«« sprak Jahve«. Straks komt het

gevreesde gedierte om in den spaden regen, die over-

vloedig neerdaalt ^).

Het tweede gezicht, — een zomertafereel. De Heere

Jahve roept een vuur op, om de zonde van zijn volk te

straffen. Het is het vuur van den zonnegloed, die van den

strakgespannen hemel neerdaalt, zoo machtig, dat hij niet

slechts de beken uitdroogt, maar zelfs de bronnen eene

wijle doet ophouden te vloeien, de »fonteinen des grooten

5) Vgl. I Kon. 1 8 : 5 .

^) Als tijd van den spaden, regen vindt men bij den een Maart—

April, bij den ander April—Mei genoemd.

2) Vgl. Amos 3 : 6.

*) Benzinger in H e r z o g ' s Realenc. ^, VIII, p a g . 2 8 .

^) n Kon. 1 0 : 3 1 — 3 3 ; 13 passim; 1 4 : 2 5 .

ß) V g l . Benzinger t. a. p .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1911 - pagina 254

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Studentenalmanak | 340 Pagina's