Studentenalmanak 1912 - pagina 183
ÊARRAGÖ 17S
»Ontvoer mij« hield het in en daarbij plaats en tijd.
Toch heb ik haar nooit weder gezien. Bitter sneden
de woorden door mijn leven, als ik 't haar schreef, in
alledaagsche, flauwe woorden, dat »'t toch zoo maar beter
was en dat vaders wil een wet moest zijn.« Ik weet niet,
of ze het begrepen heeft. Ik hoop van niet. E n dan zal
ze misschien gedacht hebben, dat mannenharten toch snel
verkoelen. Dan zal ze misschien vergeten hebben en weer
gelukkig geworden zijn.
Want heelt niet de tijd alle wonden.
Haar ouders hebben 't dan met overtuiging kunnen
zeggen: »Iemand die zoo schrijft, is uwer onwaardig«. E n
dat was waar. E lfriede moest dat gelooven. Misschien
schaamt ze zich wel over haar dwaasheid.
't Is nu t^ee jaren geleden. Aan den Rijn kom ik
nooit meer. Gasten komen en gasten gaan, maar ik zal
haar daar nooit meer ontmoeten en de oude kastanjeboom
laat treurend zijn lommer hangen.
Die heeft ons beiden verstaan en die is mij alleen
overgebleven.
Als ik veel, veel ouder ben, wil ik daar weer heen
gaan en onder zijn beschermend lommer mijmeren over
wat weggegaan is.
Maar de wereld heeft daar niets mee te maken. Ik
zal hard zijn en toch nog wel eens wat liefhebben. Maar
ik zal hard zijn helaas.
Niet voor de menschen klaag uw leed.
Niet te luide, niet te lange
Niet te bange.
H. W ,
WÊ
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Studentenalmanak | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Studentenalmanak | 242 Pagina's