Studentenalmanak 1912 - pagina 179
EENS WAS ZIJ DE MIJNE...
Voor de menschen klaag uw leed
Niet te lange, niet te bange;
Maar zeg 't al alleen aan Hem.
E T was feest. De groote balzaal baadde in het
licht van vele kristallen luchters. Japonnen, kost-
baar en zacht van zijde, ruischten langs mij.
Buigend, glimlachend, schertsend, bewogen zich
tal van zwartgerokte heeren. Opgewonden schitterden aller
oogen. Zachte, streelende muziek vervulde de ruimte als
van een aetherische deining van lief en rein gevoel, van
droomend zich laten gaan, als tale uit een land van kleuren,
waar geen aardsche dingen meer zijn.
Ik leunde in een vensternis. En allengs vermengde
zich het stemmengezwatel, dat verder af ging klinken; het
voetgeschuifel, het lachgegolf, het muziekgezang, het draaien
en komen en gaan.
Alleen het lichtgeflonker, zag ik, der kristallene bundels
van parellampen en ik droomde, droomde van een heilig
voelen, een siddering van eerbied en liefde, die ik gelezen
had, in haar, Elfriede's oogen.
Voor 't eerst hadden daareven haar mooie oogen in
de mijne gerust, had ik aanschouwd een stralend licht, zoo
rein en bedwelmend, als had der engelen heerlijkheid zich
in haar ziele uitgestort, een wondefvolle diepte dier ziel-
volle bruine oogen, als ware daarin een toegang tot den
hemel van 't geluk ontsloten, een licht der liefde, der warme
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Studentenalmanak | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Studentenalmanak | 242 Pagina's