Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1912 - pagina 193

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1912 - pagina 193

2 minuten leestijd

FARRAGO 185

huidige cultuur met haar »ledige symbolen en onttroonde

autoriteiten« bezint hij zich plotseling op de zich hernieu-

wende kracht der menschheid. Er zullen weer komen, zooals

er ook geweest zijn, vruchtbare, positieve, scheppende,

geloovige tijden, waarin de mensch de weer gevonden

waarheid opnieuw symbolisch zal bekleeden, niet te veel

zal reflecteeren en redeneeren, maar gezond en werkzaam

op het hoogst werkelijke zich richten.

Het voornaamste onder alle zijn de religieuze symbolen,

de »kerkgewaden« d.z. de vormen waaronder de menschen

in verschillende perioden, op verschillende plaatsen het

goddelijke voor zich hebben belichaamd.

Ja ten slotte is de mensch zelf, de gansche schepping

een groot symbool Gods. In alles predikt mensch en natuur,

in woord en daad, in kleur en lijn het eeuwige, goddelijke.

Duidelijk speuren we hier overal den geest van Goethe.

En 'tis als lezen we een preekschets over de tekst: »alles

Vergängliche ist nur ein Gleichniss«.

Dit is het groote optimisme dat Carlyle van Goethe

geleerd heeft, dit is »das ewige Ja« d.i. de vreugdige erken-

ning der natuur als het kleed der godheid, en van zijn ik

als een stuk der natuur, dat »meeweeft aan het weefstoel

van den tijd«.

Toch Carlyle verschilt van zijn leermeester in aanleg

en verleden. Het stoot hem, dat hij wel bij hem vindt een

gewichtige vereering voor aesthetica en cultuur, maar een

merkwaardige negeering van de oude groote regelen van

recht en onrecht, goed en kwaad Hij komt in verzet tegen

het indifferentisme van den evenwichtigen pantheïst. Als

de wereld symbool is, is ze het dan aesthetisch of ethisch?

Is haar beginsel het „eeuwig-vrouwelijke" of het eeuwig-

heilige ? Carlyle kiest voor het laatste en sluit zich dan aan

deels bij Fichte deels bij Calvijn.

Wat Carlyle met Fichte gemeen heeft is theoretisch

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Studentenalmanak | 242 Pagina's

Studentenalmanak 1912 - pagina 193

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Studentenalmanak | 242 Pagina's