Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1912 - pagina 162

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1912 - pagina 162

2 minuten leestijd

154 FARRAGO

die van Schanz. De laatste schrijft: „In frivoler Weise wird

die Korrespondenz in Bezug auf die Echtheit verdächtigt".

Drews werd door de voorstelling, die men in de moderne

levens van Jezus vindt, niet bevredigd, omdat hij, die voor-

stelling volgende, niet begrijpen kon, hoe zoo vroegtijdig

reeds aan Jezus, als den Christus, goddelijke eer bewezen

werd. En dat terecht: van die vereering getuigt Plinius,

als stadhouder van Bithynië. Zijn brief is eene illustratie

van wat de Apostel Petrus in zijnen eersten brief, ook aan

de Bithyniërs geschreven, zegt (hoofdst. 4 : 14): ,,Indien

gij gesmaad wordt om den naam van Christus, zoo zijt gij

zalig: want de Geest der heerlijkheid, en van God rust op

u. Wat hen aangaat, Hij wordt wel gelasterd, maar wat Ü

aangaat. Hij wordt verheerlijkt. Doch dat niemand van u

lijde als een doodslager of dief of kwaaddoener, of als

een. die zich met eens anders doen bemoeit; maar indien

iemand lijdt als een Christen, die schäme zich niet, maar

verheerlijke God in dezen deele".

Uit het medegedeelde blijkt, dat het aantal plaatsen,

waar door heidensche Romeinsche schrijvers omstreeks het

begin van de tweede eeuw n. Chr. over Christus en de

Christenen gesproken wordt, niet groot is, wat trouwens

niet anders te verwachten was, waar het eene secte betreft,

die overal tegengesproken werd, die niet vele grooten en

aanzienlijken, wijzen en edelen onder hare aanhangers telde,

maar meestal lieden van geringen stand en kleine middelen.

De plaatsen zijn echter meer dan voldoende om hun, die,

het getuigenis der evangeliën, der brieven en van de ker-

kelijke schrijvers der eerste eeuwen verwerpende, ontkennen

dat Christus een historisch persoon geweest is, den mond

te stoppen, voor zoover zij voor overtuiging vatbaar zijn.

Ten slotte moet ik nog opmerken dat de drie Romeinsche

schrijvers, die Christus en de Christenen noemen, niet

alleen mannen waren van hoogen rang, van grooten invloed

en schrijvers van naam, maar dat zij ook door nauwe

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Studentenalmanak | 242 Pagina's

Studentenalmanak 1912 - pagina 162

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Studentenalmanak | 242 Pagina's