Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1912 - pagina 191

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1912 - pagina 191

2 minuten leestijd

FARRAGO 183

Zou daarin het geheim liggen van de zedelijke macht

van Carlyle?

* * *

Goethe de wereldziel, de groote, aesthetische. schoon-

heidsdronkene, naar aandoening hongerende, die al zijn

leven harmonisch zoekt te bouwen tot kunstwerk, en Carlyle

de kluizenaar, de eenzame, versomberde, die in wierook

van heiligheid zijn natuur-vreugde offert aan zijn zedelij ken

ernst, zij hadden één strijd van het leven.

jn een essay over Goethe tracht Carlyle diens innerlijke

ontwikkeling van »Werthers Leiden« over > Wilhelm Meisters

Lehrjahre« tot »Wilhelm Meisters Wanderjahre« te schetsen

als een levensproces van gevangenschap twijfel en malcon-

tentie, tot vrijheid, geloof en klare werkzaamheid.

Wat Goethe en Carlyle gemeen hebben, wat den laatste

zoo ongemeen aantrekt als hij »Wilhelm Meister« leest, is

persoonlijkheidscultuur. In Goethe is oorspronkelijk alles

natuurbewondering. Van meet af heeft hij alles gezien:

schoon, aesthetisch. Hij noemt zichzelf een stuk der natuur.

En toch met deze schoonheid zal hij moeten ondergaan.

Hij gevoelt het en strijdt. Een strijd van passie, zelf-

uitstorting en zelfbehoud. En in lange moeilijke tijden van

mislukking en levensverdriet rijpt in hem het geloof aan

de blijvende noodzakelijke beteekenis der persoonlijkheid.

Dieper dan zijn schoonheidsbegeeren wortelt thans zijn

zelfrespect, dat hem dwingt tot zelftucht en hem leert de

schoonheid te zien in de sfeer der noodzakelijkheid. Zoo

is het innerlijk evenwicht hersteld. Want de schoone natuur,

in en buiten hem, wordt nu opgebeurd uit het toevallige

in het essentieële en verkrijgt eeuwige waarde. Ze wordt

»der Gottheit lebendiges Kleid«.

Wat is dit veel anders dan het intuïtief bewustzijn in

Carlyle, dat zijn ik niet is een passief rad in de wereld-

machine, maar een innerlijke kracht, eqn scheppende vaar-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Studentenalmanak | 242 Pagina's

Studentenalmanak 1912 - pagina 191

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Studentenalmanak | 242 Pagina's