Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1912 - pagina 180

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1912 - pagina 180

2 minuten leestijd

172 FARRAGO

sympathie, zooals ze alleen in reine en edele harten wonen kan.

Een stroom van vreugde, van opheffing tot in de

spheren des lichts, des geluks, een willoos verzinken in

onmatige liefde en vrede, een los zijn van aarde en strijd

en moeite, een geopend-zien van een nieuwe wereld daar-

boven . . . het sleepte mij mee. Elfriede, zij was weer weg,

haar mischend kleed loste zich op in het andere geruisch.

Maar geen macht der wereld was in staat, dien oogen-

glans mij te ontrooven. Nu nog, altijd door, zie ik weer

dat schoone, edele, hemelsche licht, 't Is al lang geleden.

De jaren spoeden zich voort. De koude wereld eischt

arbeid. Immers: ieder heeft zijn strijd, zijn idealen, zijn

andere wereld. Daar houdt men elkander niet mee op.

Elfriede. Ik kende haar al langer. Ik had ze nog nooit

gesproken. Nu was 't eindelijk gekomen en voorbij gaat

het nooit, neen nooit, al wordt ook alles koud als ijs.

Ik leunde in een vensternis. En zij was naar buiten

gegaan. Zij liep in den tuin, zij stond misschien bij den

ouden kastanjeboom aan den oever van den Rijn, waar

men zoo schoon de sterren ziet, die zoo rustig, zoo stil en

vredig kijken.

Elfriede, zij ontvluchtte de zaal en was in Gods gewijde

nabijheid, waar de natuur zijn lieflijkheid en vrede vertelt

in nooit verstommende sprake.

Toen was ik bij haar.

Toen trad ik onder den ouden kastanjeboom, die vader-

lijk zijn breede takken uitbreidde.

Toen hebben wij elkaar gevonden.

En in dien stillen zomernacht, op 't vredig plekje aan

den Rijn, waar het zaalgedruisch niet doordrong. — Daar

is de liefde gekend en gesmaakt, zooals God die geeft als

overblijfsel van zijn beeld, als band met den hemel en d'

englenscharen. Daar is een eed van trouw gezworen. Daar

is 't gezegd: »Gij zijt mijne en ik ben d' uwe. In dood en

leven.« Daar klonk nogmaals 't aloud en eenvoudig

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Studentenalmanak | 242 Pagina's

Studentenalmanak 1912 - pagina 180

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Studentenalmanak | 242 Pagina's