Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1912 - pagina 181

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1912 - pagina 181

2 minuten leestijd

FARRAGO 175

Romeinenwoord: »Waar gij mijn Caius zijt, zal ik uw

Caia zijn.«

En de bladeren fluisterden de geluksaccoorden en de

natuur juichte. Ze juichte het loflied van machtig geluk,

alles overstelpend, alles vergetend, want twee harten hadden

daar elkander gevonden. De vloek der zonde een oogenblik

verwonnen en vergeten. Los van de aarde, los van alles,

vast aan de sterren, die spreken van vrede daarboven,

vast aan de stilte, die spreekt van Gods macht en nabijheid,

vast aan de liefde, die weg tot dén hemel.

O God, waarom is uw aarde niet anders? En waarom,

waarom is die vloek toch gekomen, die verdierf al het

schoone, verdreef alle liefde. Die vloek, die maakt, dat de

aarde zoo aardsch is.

Elfriede ging heen en het feest liep ten einde.

De sterren verbleekten, de dag kwam met karren, met

klompengeklots en met jongensgeschreeuw, met haastige

menschen en strakke gezichten.

Mijn kamer was leeg en zoo nuchter en kaal. De

droom was ten einde, de hemel gesloten en nauwelijks

begreep ik.

Maar toen voelde ik, hoe rijk ik was. Toen ergerde

ik me niet aan al dat onvriendelijk stuursche gedoe van

nijdige menschen, die vechten voor hun brood. Laat er

dan zijn een strijd om 't bestaan. Laat er afgunst, tweedracht,

kwaadsprekerij en macht van zonden heerschen op dit

tranenrijk ondermaansche.

In mijn hart was 't licht, en bloemenrijk. Daar juichte

het alles in blijden levensmoed, want Elfriede, Elfriede had

ik gewonnen. Wij waren één geworden, verloren in elkander,

trachtend naar boven te komen, in samen opwaarts streven,

tot daar waar de engelen juichen voor Hem, onzen vader.

Elfriede. Nog dikwijls spraken we elkander en groote

moeite hadden onze oogen, om ons geheim niet te verraden.

Zij wist mijn student-zijn, mijn leven, mijn geloof, mijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Studentenalmanak | 242 Pagina's

Studentenalmanak 1912 - pagina 181

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Studentenalmanak | 242 Pagina's