Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1913 - pagina 174

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1913 - pagina 174

2 minuten leestijd

160 FARRAGO

groote edelsteen op een vlak van licht-blauwe zijde. En de

leutige, de jolige wind joelde door de lucht, vroolijke

wijsjes floot hij door de bottende boomen langs den dijk

van de nu hooge rivier; met een schaterlach viel hij

ploffend neer tegen den ouden kerktoren, dan oneerbiedig

over de steenen en kruisen van 't kerkhof hollend, stoof

hij de dorpstraat in en maakte veel rumoer van klepperende

uithangborden, slaande deuren. En o, de lucht was vol

zoete, weeë geuren, vol blijde fluitgeluiden van de vogels,

schitterend van 't heerlijk, levend licht, dat neerkletterde

langs den ouden toren, schetterde op de blikkerende

daken en de onrustige rivier, in een goudwaas hing boven

de dampende akkers.

Over den dijk ratelde een huifkar, uitflikkerend uit de

spaken der wielen overal rond stralen van goudlicht. De

paarden mennend zat Anneke's broer op den bok, onder

de vooruitstekende huif beschermd tegen den vrijpostigen

wind, fluitend een liedje vol joligheid om 't eindelijk komen

van de lente. Binnen zat Anneke heel stil met glinsterende

oogjes naast haar moeder. Ze was heel mooi in een lang

wit kleedje vol kant en zeer stemmig in al 't wit was haar

fijn bleek gezichtje, omhuld door de goudblonde haren.

Een gebedenboekje had ze op de knieën liggen en ze

luisterde nu als in een droom naar de luidruchtige jolijt

van den wind, naar het ratelen van den wagen en het

kloefen van de paardehoeven op den straatweg. Langs

haar broer en over de dansende paardekoppen heen zag

ze de laan van boomen in een zeer fijn groen waas en

terzij de wijde landen, waar al duizende kleine gele en

witte paardebloemen en madelieven stonden te gloeien in de

zon. Aan de andere zijde was de woelige rivier; zuchtend trok

daar een sleepboot een langen tros van platte zandschuiten,

in een logge bocht achteraanslierend, stroomopwaarts. En

toen van de landen de heerlijk-zoete roken rondom bedwelmend

werden aangevoerd door den wind, dacht ze met stil

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Studentenalmanak | 238 Pagina's

Studentenalmanak 1913 - pagina 174

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Studentenalmanak | 238 Pagina's