Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1913 - pagina 155

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1913 - pagina 155

2 minuten leestijd

FARRAGO 141

Of ik hem al sprak van Jezus verzoenende liefde en

borgtochtelijk lijden voor de grootste zondaren, hij bleef

halsstarrig het hoofd schudden.

Heftige zielewroeging greep opnieuw den ouden strijder

aan. Hij toonde mij de plaats aan de overzijde van den

haard, waar hij zijn doodzieken broeder had laten ver-

kleumen, hij wees mij op de vervallen, vuile hut, die hij

nooit meer reinigde, omdat hem de wilskracht ontbrak.

En zoo stond het ook met zijn verloren leven. De geest

van zijn gestorven broeder liet hem niet met rust. Hij

rilde. — En om maar zijn sterke aandoeningen meester

te blijven, begon hij snel een ander gesprek. Begrijpende,

dat hier meer noodig was, dan menschelijke woorden,

nam ik afscheid van dien fel-bestreden zondaar. Toen ik

een laatsten blik op hem wierp, bemerkte ik eerst recht,

hoe uitgeteerd hij was.

Weemoedig gestemd, ving ik den terugweg aan. Het

prachtige sterrendak zond fantastisch-huppelende lichtglinsters

uit, die de rimpels van het watervlak der smalle vaart als

zeepbellen in veelkleurige verven deden schitteren. Hoofd

en hart hief ik naar boven, naar dien doorlachten tempel-

boog en bad om licht, licht ook voor een moe-geprangde ziel.

* * *

Men had hem gevonden, kil en stram en stijf, nog

met zijn gebroken oogen naar den gedoofden haard gekeerd,

nog met zijn voeten in de roode asch . . . .

't Was een wonderschoone zomermorgen: het blije

muschje twetterde in het dichte loover, het vroolijke vinkje

tierelierde op de takjes, de natuur wasemde verrukkelijke

geuren uit, alles pronkte en lonkte, lachte en danste —

maar uit de verte dreunde zwaar klokgebrom, dat dofïe,

melancholieke tonen met zich medevoerde, als wilde het

de spraaklooze klanken aldus vertolken:

>Wie niet wettiglijk gestreden zal hebben, zal ook

niet wettiglijk gekroond worden«. N. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Studentenalmanak | 238 Pagina's

Studentenalmanak 1913 - pagina 155

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Studentenalmanak | 238 Pagina's