Studentenalmanak 1913 - pagina 158
144 FARRAGO
III.
L A A T S T E MORGEN AAN ZEE.
De zee lag eenzaam-groot in zonnebrand,
die machtig was uit 't wolken-zwart gebroken;
wit, zilverwit stoof hij in ziedend koken
der golven, 't vlokkig schuim langs 't vlakke strand.
Ik kwam alleen uit 't zonnig duinenland
en zat, een vogeltje, aan hun voet gedoken.
Ik was zoo klein, geen woord heb ik gesproken;
machtig rees zeezang tot den hemelwand.
Mijn hart was droef, ik had wel willen schreien,
dat 'k langer niet uw schoonheid drinken kon.
Maar o, bij u vloog weer in licht verblijen
mijn ziel uw verten door, vol gouden zon.
En alle leed werd lach in 't eind'loos wije
van uw vertroosting, lichtster vreugden bron!
W i j k a a n Z e e , Aug. 1912. P. M.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Studentenalmanak | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Studentenalmanak | 238 Pagina's