Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1913 - pagina 176

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1913 - pagina 176

2 minuten leestijd

162 FARRAGO

blik van Hem, hangend daar aan zijn groot kruis, in 't

trillend schijnsel van de kaarsen. Haar heele figuurtje was

één stil, devoot, heilig gebed tot Hem, als een engeltje

lag ze er, zooals engeltjes zijn op oude schilderijen vol

goud, terwijl de zachte glans van 't licht op haar goudblonde

lokken als een aureool weefde van heiligheid.

Even later zat ze weer op haar plaatsje en peinsde

hoe ze nu gauw naar huis zouden rijden en wat bloemen

en geschenken ze zou krijgen. Heel even merkte ze ook

wel met een stekende vreugde dat geen van de andere

meisjes zoo'n langen sleep had en een zoo mooien sluier als

zij. Dan zag ze weer Christus met zijn doornenkroon en

z'n heel droeven blik en toen wilde ze plots dat ze ouder

was en in 't klooster mocht gaan om altijd kleine gebedekens

te zeggen en heel veel te zijn bij 't wonder bevende licht

van de kaarsen en bij de zwaar-weeë wierookgeuren. Zoo

zat ze met open mondje en staarde naar 't groote crucifix

en droomde weg op de zachte zwellingen en buigingen van

de muziek die door de zuilenbogen vloeide van het hooge

orgel. —

Buiten, om den toren, zong de lentewind een ondeugend

liedje en stonden de steenen en kruizen te blaken in de

geweldige zon. Verder, heel wijd weg, waren de dampende

akkers, de kleurige weilanden en de flikkerende rivier. En

over alles was zacht-blauw, een tent van lichte zijde de

oneindige hemelkoepel, waar de zon zijn glorietocht ging.

* *

*

III

Grijze herfst was over de velden Al de landen lagen

droef in een vochten nevel, die nu tegen den avond zich

tot grauwen mist verdikte, 't Dorp lag als verlaten, een

stil samenstaan van veel oude, grauwe huisjes in den

herfstmist. Hier en daar waasde al een goudschijn in een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Studentenalmanak | 238 Pagina's

Studentenalmanak 1913 - pagina 176

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Studentenalmanak | 238 Pagina's